De Bocht en “een toevallige ontmoeting”

Ter herinnering: RuurloVandaag bracht een artikelserie over De Bocht in de Vordenseweg, aan het eind van de oude “zichtlaan” van Huize Ruurlo. Er kwamen veel reacties van lezers, maar geen enkele van de overheid die verantwoordelijk was de veiligheid van de weg. Op een stuk van honderd meter bocht verongelukten in enkele jaren 6-7 mensen en een groot aantal raakte (zwaar) gewond. Als de brandweer van Ruurlo uitrukte naar de plaats des onheils hoefden de spuitgasten alleen maar tegen elkaar te zeggen: “We gaan naar de bekende plek” en dan wisten ze al hoe laat het was. Onze lezer Joep Scholten nam contact op met een Gedeputeerde van de Provincie en wees op de artikelenserie. Werd het niet tijd dat er verantwoordelijkheid werd genomen? Binnen 14 dagen maakte de Provincie De Bocht veiliger. Twee jaar later had Joep Scholten, wat hij noemde: Een toevallige ontmoeting.
 
Afgelopen zondag bezocht ik het nieuwe Amphion theater te Doetinchem. Van harte aan te bevelen, een sieraad voor de streek. Vooraf, in de foyer zag ik een groot gezelschap dat zich als een ondefinieerbare kluit door het gebouw bewoog. Individuen die zich als massa voortbewegen maken me altijd een beetje wantrouwig. Toen ik goed keek, herkende ik enkele figuren uit de regionale en provinciale politiek. Waarschijnlijk op uitnodiging en vanwege hun belangrijkheid zouden zij straks geheel kosteloos luisteren naar dezelfde muziek.
 
Na afloop van de voorstelling herkende ik een mevrouw. Een aantal jaren geleden hadden we elkaar aan de lijn. Zij belde me om te vertellen dat De Bocht aan de rand van onze gemeente – een gemene bocht, want er vallen bij herhaling doden en gewonden – verkeerstechnisch zou worden aangepakt. En wel onmiddellijk! Dat was mooi, want nog kort voordat mijn brief aan haar in enkele bladen verscheen, werd de prioriteit door de Provincie zodanig laag ingeschat dat aanpak van die bocht nog wel even mocht wachten.
Ik kon niet nalaten haar op te zoeken en nog voordat ik mijn vraag stelde, werd ik met een bijzonder hartelijk: ‘Hallo, hoe gaat het met u,’ begroet.
‘Wij kennen elkaar niet mevrouw,’ reageerde ik en noemde toen mijn naam. Het enige dat ik wil, is vragen of u nog wel eens droomt van De Bocht net buiten Ruurlo, richting Vorden?’
Ze wist niet waar ik het over had.
‘Ik zal u helpen,’ zei ik toen. ‘Die bocht en de dreigende lamlendigheid van de Provincie was aanleiding voor mij u een brief te schrijven. Daarna belde u mij op.’
Mevrouw had nog steeds geen idee.
Ik wilde niet meteen onvriendelijk zijn, dus kwam ik maar meteen tot de kern. “In die brief dreigde ik u als Gedeputeerde persoonlijk verantwoordelijk te stellen en mogelijk juridisch te vervolgen voor eventuele verdere slachtoffers in die bocht.’
Ineens wist de Gedeputeerde waar het over ging.
Zij bleef echter glimlachen en op het eerste oog verdient ze daar een compliment voor. Maar met die gezichtsuitdrukking was iets. Opeens herinnerde ik een zin uit een lied van Herbert Grönemeier, het indrukwekkende lied Flugzeuge im Bauch. Die zin staat in mijn geheugen gebeiteld omdat ie zo ongelooflijk waar kan zijn en daarmee vernietigend: ‘Dein Lächeln ist gemahlt’.
Precies zo ontmaskerde zich de glimlach van de gedeputeerde.